Dorn in de praktijk

Beweging

Alle correcties worden gedaan tijdens dynamiek. Bij correcties van de extremiteiten (armen en benen) worden deze meestal vanuit de 90° –positie in een uitgestrekte houding gebracht. Bij de wervelkolomcorrectie komt de beweging in de regel uit het heen en weer pendelen van armen en benen. De beweging houdt de spieren bezig en “leidt ze af”. Op deze manier kunnen de spieren de correctie niet tegenwerken. In rust houden de spieren de wervel in zijn verkeerde positie vast en is een correctie alleen mogelijk tegen de weerstand van de spier in. Door de beweging wordt de wervelkolom in een kleine torsiebeweging (draaibeweging) gezet en laat daarmee de wervel makkelijker mobiliseren. Deze speciale manier van werken, namelijk corrigeren tijdens bewegen, maakt de Dorn-methode tot een milde behandelingsvorm.

 

 

Pijngrens

De Dorn-methode gaat door tot aan de pijngrens. Tijdens de therapie wordt de druk net zo ver op de verschoven wervel opgevoerd als de cliënt qua pijn aan kan. Pijn is echter niet altijd te vermijden. Wanneer de persoon die behandeld wordt (nog) niet kan meehelpen, dan laat een correctie zich niet afdwingen. Dan moet er meer tijd worden uitgetrokken voor ontspanning en aanmoediging. 

Psychische samenhang en inwendige blokkades.
Wervelkolomproblemen en gewrichtsklachten kunnen een symptoom van diepere problemen zijn, die eerder in de levenssituatie en de instelling van de cliënt als in de anatomie te vinden zijn. Dit geldt met name wanneer iedere keer de zelfde wervel klachten geeft. Een inwendige blokkade werkt de genezing tegen. De Dorn-therapeut houdt dan ook altijd de relatie van de wervel met het orgaan en de psyche in het oog.